Veilig pionieren: 6 omgangsregels als voorbeeld voor jouw pioniersplek

Het is belangrijk dat de pioniersplek voor iedereen een veilige plek is. Maar wat veiligheid betekent kan voor iedereen verschillend zijn. Soms blijft het onderwerp enigszins onbesproken in het midden van de groep liggen. Het is niet makkelijk een ander aan te spreken op gedrag dat je zelf niet prettig vindt. De intentie van de ander is vaak niet slecht. 

Dit kun je doorbreken door het gesprek over veilig met elkaar omgaan te starten. Naast bewustzijn en fijngevoelige communicatie is het goed om duidelijke regels en beleid te hebben omtrent de veilige omgang. Omgangsregels zijn afspraken in een groep over hoe je met elkaar omgaat. Die maak je met elkaar en je houdt elkaar eraan. Het maken van omgangsregels is een activiteit die heel goed aan het begin van het seizoen of bij het starten van de pioniersplek gedaan kan worden. Die activiteit helpt de teamleden zich bewust te worden van de verantwoordelijkheid naar elkaar en respectvol omgaan met elkaar. Als de groep van samenstelling is veranderd, ben je toe aan een update.

Voorbeelden van omgangsregels

Hier (PDF) vind je allerlei tips om omgangsregels te bespreken en te implementeren. Naast het gezamenlijk opstellen van omgangsregels kun je eens kijken naar wat kerken en andere pioniers al hebben ontworpen. Hieronder volgen een aantal voorbeelden. De laatste drie komen specifiek uit het jeugdwerk.

  1. Pastorale gesprekken (één op één) voeren we op een plek waar anderen mee kunnen kijken (niet luisteren), bijvoorbeeld in een kamer met de deur open of in een hoek van een grote zaal.
  2. We negeren de ander niet.
  3. We maken geen gemene grappen of opmerkingen over anderen.
  1. De begeleider zal tijdens trainingsdagen, kampen, reizen, uitjes en dergelijke zeer terughoudend en met respect omgaan met minderjarigen en de ruimtes waarin zij zich bevinden, zoals de kleedkamer of hotelkamer.
  2. De begeleider dringt niet verder door in het privéleven van de minderjarige dan functioneel noodzakelijk is.
  3. De begeleider krijgt of geeft geen (im)materiële vergoedingen van of aan de minderjarig die niet gepast zijn.
Overtreding

Als er sprake is van ‘overtreding’, kan degene die zich er niet aan houdt erop worden aangesproken. Waarschijnlijk is de drempel om dit gesprek te voeren nu een stuk lager. Je kunt nu wijzen op een bestaande regel en niet alleen op je eigen ongemak. Daarnaast is er een team dat gezamenlijk de omgangsregels heeft opgesteld, waardoor je minder alleen staat.